ZOOV School - Hoe werkt het?

Aanvragen
Als uw zoon of dochter niet zelfstandig naar school kan reizen of naar bijvoorbeeld speciaal onderwijs gaat, kunt u mogelijk gebruik maken van vervoer via ZOOV School. Hiervoor kunt u een aanvraag indienen bij uw gemeente. Vaak kan dit via de website van uw gemeente. Voor welke vormen van onderwijs ZOOV School het vervoer regelt, leest u op de pagina ‘Voor wie?’. De spelregels van uw gemeente staan in de verordening leerlingenvervoer van uw gemeente.

Handicaps of problemen
Heeft uw zoon of dochter bepaalde handicaps of problemen die van belang zijn voor een veilig vervoer van uw en de andere kinderen? Dan dient u deze te bespreken met ZOOV School. Uw gemeente geeft namelijk geen medische gegevens door aan ZOOV. Alleen als uw zoon of dochter in een rolstoel zit, weet ZOOV School daarvan.

Kinderzitje
Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor een passend kinderzitje of zittingverhoger. Omdat de taxi ook voor ander vervoer ingezet kan worden, kan het kinderzitje niet in het voertuig blijven.

Gedragsregels
Uw zoon of dochter moet zich onderweg naar school of huis houden aan de gedragsregels van ZOOV. Zo moeten de kinderen gedurende de hele rit op hun plek blijven zitten en de veiligheidsgordel om hebben. Ook dienen zij zich rustig te gedragen, van andermans spullen af te blijven en verwacht ZOOV School correct taalgebruik. De gedragsregels ontvangt u vlak voor het nieuwe schooljaar van de chauffeur of per post. U kunt ze ook hier downloaden: 7 spelregels van ZOOV School. Houdt uw kind zich niet aan de gedragsregels, dan kan dat leiden tot een waarschuwing of dat het kind (tijdelijk) niet wordt opgehaald/thuisgebracht.

Ophalen
Het is belangrijk dat uw kind op het afgesproken tijdstip klaarstaat. De chauffeur wacht maximaal 3 minuten. Is uw kind er niet? Dan vertrekt de chauffeur zonder uw kind.

Let op: het is niet mogelijk om met de chauffeur een andere tijd af te spreken of om met de chauffeur te regelen dat uw kind met een ander voertuig meereist!

Thuisbrengen
Als uw kind weer wordt thuisgebracht, moet er iemand aanwezig zijn die uw kind opvangt. Dat kan uzelf zijn of iemand anders.

Bereikbaarheid van ouder/verzorger
Als ouder of verzorger moet u ervoor zorgen dat uw mobiele telefoonnummer bekend is bij ZOOV School. Heeft u geen telefoon? Geef dan het nummer van uw werk of van een contactpersoon door. Dit is belangrijk voor eventuele calamiteiten. Is uw mobiele nummer bekend bij ZOOV School en er gebeurt iets, dan ontvangt u automatisch een sms-bericht.

Contact met de chauffeur
Voordat het nieuwe schooljaar begint, neemt de chauffeur contact op met de ouders of verzorgers van de leerling. De chauffeur beantwoordt dan uw eventuele vragen. Het contactmoment is ook bedoeld als kennismaking met u en eventueel uw kind. De chauffeur bespreekt de belangrijkste regels van het vervoer en jullie controleren of de informatie klopt die u heeft gehad van ZOOV School. Zijn er onjuistheden? Dan kunt u deze doorgeven aan ZOOV School.

Krijgt uw kind dezelfde chauffeur als in het voorgaande schooljaar? Dan zal het contact telefonisch zijn. In alle andere gevallen komt de chauffeur bij u op bezoek.

Deze informatie staat ook in de folder van ZOOV School.

Eisen aan de chauffeur
Alle chauffeurs van ZOOV School beschikken over een chauffeurspas en hebben de speciale opleiding voor leerlingenvervoer gevolgd. De chauffeur stopt altijd aan de juiste, veilige zijde van de weg. Als het nodig is, helpt de chauffeur de leerling met in- en uitstappen (ook rolstoel). Ook rijdt de chauffeur zoveel mogelijk via een vaste route. En de chauffeur vertrekt pas als alle leerlingen op hun vaste plek zitten en de veiligheidsgordel om hebben. Bij wangedrag spreekt de chauffeur de leerling aan op zijn/haar gedrag. Het volledige overzicht van eisen aan de chauffeurs vindt u in het vervoerreglement onder ‘Wat kunt u van onze chauffeur verwachten?’.

Incidenten
Bij incidenten tijdens het vervoer maakt ZOOV School binnen 2 uur na het incident hiervan melding bij de ouders. ZOOV School meldt het incident ook bij de gemeente en de leraar en/of de directeur van de school van het kind.

Een incident kan zijn:

●  Niet vanzelfsprekende vertraging
●  Ongeval
●  Wangedrag van de kinderen
●  Meenemen van niet-toegestane of gevaarlijke voorwerpen (schaar, gevaarlijk speelgoed, rotjes, klapperpistool)